Blog

In gesprek? Hoe dan?

En wat heeft zo'n ouderwets vouwwerkje ermee te maken?!
Weet je het nog: “Hoeveel keer? Neehee, 98 is te vaahaak… Elf kan wel. Eén, twee, drie, … Welke kleur?” En achter de kleur stond dan een opmerking of vraag. Vooral vrouwelijke lezers zullen het ontelbare keren gedaan hebben. De mannen ergerden zich waarschijnlijk aan de hoeveel-keer-vraag van hun zusje, omdat ze  liever met zelfgedraaide papieren pijltjes en hun blaaspijp op pad wilden.

Gisteren waren mijn jongste twee bezig met vouwen, vragen verzinnen voor achter de kleurtjes en 'hoeveel-keer-en'.
Een aantal vrienden met puberkinderen gaf laatst aan dat het zo lastig kan zijn om echt in gesprek te komen met hun pubers (of kleuters of schoolkinderen of zelfs partners).   
Die twee dingen gecombineerd, zetten me aan het denken:

De vragen die normaliter op die vouwwerkjes staan, zijn eenvoudig en gesloten: je favoriete kleur, dier, eten. Wat nou als je door gaat vragen, waardoor zich wél een gesprek kan ontwikkelen.
Mijn eigen (nog easy-de-peasy) Puber en ik zagen al meteen de mogelijkheden, bijvoorbeeld: Waar zou je naar toe willen met vakantie?
De vervolgvragen zijn eindeloos: Wat trekt jou aan in deze plek? Waarom stoot het tegenovergestelde je af? Hoe lang zou je willen gaan? Wat zou je daar beslist willen doen of zien? Wat zou je er vooral willen laten? Met wie zou je willen gaan? Wat neem je mee en wat laat je thuis? Zo hadden Puber en ik alleen al een gesprek van een kwartier over de vragen die we op het 'happertje' zouden kunnen zetten.
Je kan gemakkelijk een laag dieper: Wat motiveert je, waar word je blij van, waar ben je trots op, wat verafschuw je, waar kijk je naar uit?

We bedachten ook wat er vooral níet op mag: Is je kamer al opgeruimd? Ga je over dit schooljaar? Heb je je vieze was nou eindelijk in de wasmand gedaan? Is je huiswerk al af? 😉

Wil je tips, heb je behoefte om even vrijuit te kunnen praten? Neem dan contact met me op via deze website, Facebook/messenger http://www.facebook.com/KLKerstens of telefonisch met de knop hieronder.

Ochtendhumeur?!

En dan kom je ’s ochtends binnen op het kinderdagverblijf of de basisschool en je ziet de ouder van X  bij de kapstok staan. Je denkt meteen: Ach, het is weer zo’n ochtend. 
 Of je staat zélf op knappen van de frustratie over al het gedoe vanaf het moment van opstaan en denkt: Oké, we zijn er bijna, alleen nog dag zeggen en dan zit het er voor deze ochtend gelukkig weer op.
 Boven de jassen, broodtrommels, bekers en kinderhoofden wisselen ouders blikken van verstandhouding uit: Hou nog even vol, straks wacht er een kop koffie of thee, op je werk of thuis, waar dan ook, in ieder geval is ‘ie welverdiend.
 Zo sta ik zelf natuurlijk ook wel eens op school, wensend dat ik in een hangmat op één of ander bounty-eiland lag in plaats van dat ik tegen de voelbare hectiek van de ochtend met tegendraadse kinderen leun. 

Wat bij mij thuis helpt? Soms vertel ik de jongste twee -beiden geen wakker-met-een-wijsje-types (#kinderenvoorkinderen)- dat negeren normaal niet aardig is, maar dat het nu beter is voor iedereen om elkaar wél even te negeren en dan maak ik ook de fysieke ruimte tussen hen groter. Ieder kleedt zich aan in de eigen slaapkamer, niet direct naast elkaar zitten aan de eettafel of tegelijkertijd in de badkamer vertoeven…
 ’s Middags kijken we samen hoe het kwam dat het niet lekker liep en wat er voor kan zorgen dat het morgen beter gaat. We proberen daar dan afspraken over te maken op papier met woorden en tekeningetjes. Vaak is er bij mijn schatjes bijvoorbeeld weerstand tegen alle dingen die ‘moeten’, dat trekken ze slecht aan het begin van de dag. Ík voel me dan een lp met een krasje (ehm… cd die blijft hangen, ehm… mp-3speler die stuk is, ehm… podcast die niet goed afgespeeld wordt…): “Eerst aankleden, dan je ontbijt pakken, dan…”, zij voelen zich opgejaagd wild. Ademruimte kwam er door te tekenen of op te schrijven welke stappen doorlopen worden tot ze in de klas zit, een af-vink-lijstje. Lekker overzichtelijk, ik hoef niets te zeggen, ze kon het daarna meteen helemaal zelf. 
 We spreken ook wel eens een toverwoord of toverzin af. Bij weerstand tegen het aankleden spraken we af dat ik proestend zou zeggen: “Pfffff… In je pyjama naar school, dát ziet er raar uit…” Na die opmerking loop ik weg, zodat ze tijd heeft om uit de anti-mama-modus te komen en daarna gaat ze zich uit zichzelf toch maar aankleden.
 Sommige mensen knappen enorm op van een beetje voedsel in hun maag (je kent die reclames vast wel), dus jongste gaat nu vaak eerst eten en dan pas omkleden. Dat scheelt veel!
Onderweg naar school bespreken we altijd hoe het gegaan is, wat véél beter ging dan gisteren, of ze nog iets op een andere manier willen, waar ze morgen op willen letten, of het is al de vierde dag deze week dat het gezellig was ‘s ochtends. Lekker complimenten uitdelen die waar zijn!


 En na het wegbrengen van die lieve, kleine monsters, wacht ook nu nog steeds de lekkerste kop koffie van de dag.

Wil je spuien of sparren over dit soort dingen? Neem maar contact met me op via onderstaande knop of de contactpagina.

(voor mijn korte filmpje op Facebook: https://www.facebook.com/KLKerstens/)

Herkenbaar?

Je staat in een winkel en een twee- of driejarige, vol in de peuterpuberteit, ligt met een enorme driftbui te trappelen op de vloer, schreeuwend om iets dat per se (wel of niet?) gekocht moet worden. Toen ik zelf nog geen kinderen had, dacht ik: Tjonge jonge, voed dat kind eens even op! 
Totdat mijn oudste voor het eerst de vloer van de plaatselijke supermarkt besloot te dweilen, maaiend met armen en benen om ik-weet-niet-meer-wat. En wat zijn dan je keuzes: toegeven, zodat het kind weer stil is? Ontploffen, wat soms zo lekker is, maar bereik je daarmee je doel? Negeren, net doen of het niet jóuw kind is, en bereik je daar dan mee wat je wil? Dreigen, als je nu niet... dan..., en welk precedent schep je? In gesprek gaan, maar kan Peuter al luisteren of zelfs maar hóren wat je zegt? 

Zou je misschien kunnen benoemen wat je ziet: Ik zie dat je heel boos bent en teleurgesteld misschien ook wel. Dat is geen fijn gevoel, wil je even getroost worden? 
Als je kind wat afgekoeld is, misschien pas thuis, kan je waarschijnlijk wel het gesprek aangaan. En ook afspraken maken voor een volgende keer. Teken wat je hebt afgesproken en herhaal het voor je weer boodschappen gaat doen en als het nodig is in de winkel. Last but not least: kom er op terug en deel complimentjes uit als het gelukt is. Of bijna gelukt: Heel even werd je boos, maar nu konden we het wel uitpraten en hadden we het hartstikke gezellig in de supermarkt. Dat is al veel beter dan de vorige keer, knap joh!

Met dit soort opvoedingsvraagstukken ben je, via de contactpagina of de knop hieronder, van harte welkom bij Aagje! 
Het maakt boodschappen doen zóveel makkelijker ;-)